Hartfalen

Bij hartfalen werkt de pompfunctie van het hart niet meer goed, waardoor het hart onvoldoende bloed rondpompt. Hierdoor krijgen de weefsels onvoldoende zuurstof en voedingsstoffen binnen.

Er zijn twee vormen: systolisch hartfalen en diastolisch hartfalen. Bij systolisch hartfalen trekt de hartspier niet krachtig genoeg samen. Bij diastolisch hartfalen ontspant de hartspier zich onvoldoende, waardoor het hart zich minder goed vult met bloed. Veel voorkomende klachten zijn vermoeidheid, kortademigheid, opgezette benen en enkels en onrustig slapen.

Het voorkomen van hartfalen neemt sterk toe met de leeftijd. Het komt voornamelijk voor bij mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder.

Het volgen van een gezonde leefstijl is belangrijk, zowel om het ontstaan van hartfalen tegen te gaan, als ook om zo weinig mogelijk last te hebben van de gevolgen daarvan. Telebegeleiding kan een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen met hartfalen.